Zes tips om de beweging naar gezinsgerichte zorg structureel te monitoren

Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 heeft er een enorme omwenteling plaatsgevonden. Meer preventie en snelle lichte hulp werden het nieuwe motto. Wijkteams met een mix van zorgverleners zouden daarvoor zorgen, zij dienen immers te weten welke problematiek niet alleen bij het kind, maar in het hele gezin speelt. Zo kunnen kinderen zo veel mogelijk worden geholpen in hun thuisomgeving en neemt de vraag naar zorg in instellingen af.

Er blijkt sprake van een tegengesteld effect. Het aantal kinderen in instellingen is de afgelopen jaren toegenomen, er zijn wachtlijsten voor zorg en de kosten rijzen de pan uit. Wat is er precies aan de hand in de jeugdzorg? Wat zijn de onderliggende ontwikkelingen? Hoe krijg je meer grip en inzicht? In dit blog zet ik uiteen wat er precies aan de hand is binnen de jeugdzorg. Ik vertel je hoe je hier als gemeente meer inzicht in kunt krijgen. En ik geef je tips om tot handvatten te komen voor het oplossen van de problematiek.

Hoe zijn de wachtlijsten in de jeugdzorg ontstaan?

Decentralisatie van de jeugdzorg: Sinds 1 januari 2015 vallen alle vormen van jeugdhulp onder de gemeente. Veel gemeenten zijn bewust in gaan zetten op meer preventie en lichte hulp. Dit zou verzorgd worden door wijkteams met een mix van zorgverleners. Problematiek speelt namelijk niet alleen bij het kind, maar ook binnen het hele gezin. Kinderen onderbrengen in dure instellingen is geen oplossing voor de problematiek: kinderen hebben er vaak ook baat bij om zo veel mogelijk in hun thuisomgeving te verblijven.

De nieuwe aanpak blijkt niet te werken: het aantal kinderen in gesloten jeugdzorginstellingen is de afgelopen drie jaar met 12 procent toegenomen. Daarnaast zijn er wachtlijsten ontstaan, voor zowel lichte als zware hulp. De hulp die kinderen krijgen lijkt ook niet goed aan te sluiten. Een reden hiervoor is dat gemeenten soms te weinig specialistische zorg inkopen, waardoor er een tekort is aan behandelplekken. Daarnaast is er steeds minder gespecialiseerd personeel die hulp kunnen bieden aan kinderen. Er is dus een discrepantie tussen vraag en aanbod.

Krimpende budgetten

Alsof dat nog niet genoeg is, kampen gemeenten tevens met krimpende jeugdzorgbudgetten, als gevolg van bezuinigingen door het Rijk. In drie jaar tijd moest er 450 miljoen door gemeenten bezuinigd worden. Veel gemeenten kozen ervoor om de kosten te drukken door minder zware zorg in te kopen: er wordt eerder verwezen naar een wijkteam dan naar een specialist.

Wijkteam als oplossing?

Wijkteams zijn in veel gemeenten de eerste stap voor laagdrempelige hulpverlening. Alle inwoners kunnen bij deze brede sociale teams terecht met hun hulpvragen. De wijkteammedewerkers in deze brede sociale teams zijn vaak generalisten op meerdere leefgebieden van een gezin. Hierdoor kan de professional de hulp aan een gezin beter op elkaar laten aansluiten en integraal werken. Deze organisatie heeft echter een keerzijde: er is te weinig vakinhoudelijke kennis aanwezig. In de meeste wijkteams werken geen gz-psychologen of gedragswetenschappers. Er is onvoldoende kennis aanwezig om complexe problemen te behandelen. Hierdoor kunnen wijkteams niet altijd de juiste hulp bieden en wordt er tóch doorverwezen naar de specialist.

Gevolgen decentralisatie jeugdzorg

De wachtlijsten zijn ongewenst en hebben nadelige gevolgen. Ten eerste is het ongewenst dat ouders en kinderen lang moeten wachten om met begeleiding of behandeling te starten. Te lang wachten op passende jeugdhulp kan een nadelig effect op de veiligheid en ontwikkeling van een kind hebben. Ook kan de problematiek nog meer verslechteren waardoor de zorgintensiteit kan toenemen. Bij de omgeving van het kind, denk hierbij aan het gezin of de school, kunnen spanningen ontstaan als er lang gewacht moet worden op passende hulp.

Dé oplossing?

Een integrale samenwerking tussen verschillende partijen is een goede eerste stap naar een oplossing voor de wachtlijsten in de jeugdzorg. Gemeenten en instellingen moeten samenwerken om de wachtlijsten aan te pakken. Ook moeten instellingen onderling met elkaar in contact treden over eventuele wachtlijsten. Hoe meer duidelijkheid er is over de wachttijden en eventuele opnamestoppen bij aanbieders onderling, hoe sneller er geschakeld kan worden. Hier stuiten we echter op een probleem: het is lastig om betrouwbare landelijke informatie over wachttijden en wachtlijsten te generen. Aanbieders hebben wel informatie over wachttijden binnen hun eigen organisatie, maar die cijfers kunnen niet zomaar bij elkaar opgeteld of vergeleken worden.

Van wachtlijsten naar inzicht

Een integrale aanpak lijkt dus een oplossing te bieden voor de wachtlijsten in de jeugdzorg. Om dit te bereiken is betrouwbare data nodig. De decentralisatie van de jeugdzorg heeft het mogelijk gemaakt om via monitoring dit soort sturingsinformatie te verzamelen. Gemeenten kopen hun zorg immers zelf in en verzamelen hier ook data over.
Een goede eerste stap voor gemeenten is om deze (eigen) data op orde te krijgen. Wat wordt er geregistreerd en wat niet? Door antwoord te geven op deze vragen krijg je meer inzicht in je registraties. Een volgende stap is om de data te ontsluiten en te analyseren. Nog belangrijker: wat is precies de informatie behoefte? Wat moeten we weten om meer inzicht te krijgen in de duur van de wachtlijsten? Welke analysen zijn nodig om aan de informatiebehoefte te voldoen? En als de informatiebehoefte duidelijk is: hoe koppel je dit terug aan de aanbieders?

Om deze stappen goed te doorlopen is het van belang om informatie gedreven te werken. Informatie gedreven werken staat of valt bij een kritische houding. Wat wil ik weten? Waarom wil ik dit weten? Wat kan ik met deze informatie? In mijn werk neem ik mensen mee in deze gedachtegang. Samen bekijken we het probleem, scheppen we orde in de chaos en proberen we weer grip te krijgen op de situatie.

Deel via
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email