De gemeente als poortwachter van het PGB Wmo

In 2020 was het 25 jaar geleden dat het Persoonsgebonden budget (Pgb) in Nederland is ingevoerd[i]. Met het Pgb krijgt een zorgbehoevende burger een budget toegereikt van de gemeente om zelf de noodzakelijke zorg in te kopen én de zorgrelatie met de zorgaanbieder te beheren. Vanuit de Wmo 2015 is het de taak van de gemeente om de optie tot Pgb te faciliteren. Vervolgens is het de taak van de gemeente om de kwaliteit van zorg te coördineren en te handhaven. Een recente casus laat zien dat de indirecte relatie tussen de gemeente en zorgaanbieder het ingewikkeld maakt om kwaliteitseisen te handhaven. Wel blijkt dat de kwaliteit in een grotere mate gehandhaafd kan worden op het moment dat de burger nog geen overeenkomst heeft gesloten met de beoogde Pgb aanbieder. Daarom is het te adviseren dat de gemeente als een poortwachter opereert.

[i] Het persoonsgebonden budget: 25 bewogen jaren. Zorg & Sociaalweb. Sociaalweb – Het persoonsgebonden budget: 25 bewogen jaren

“Eenmaal binnen is de kwaliteit moeilijk te handhaven, vooraf kan er heel wat worden gedaan”.

 

Casus

Uit een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden[i];[ii] blijkt dat de gemeente beperkte bevoegdheden heeft in een situatie waarbij de kwaliteit van de Pgb-aanbieder in het geding is. In deze casus grepen beleidsmedewerkers in, omdat tijdens een onderzoek naar de kwaliteit van een aanbieder PGB Beschermd Wonen geen gekwalificeerd personeel aanwezig was. De gemeente beoordeelde dit als een onhoudbare situatie, en heeft cliënten ter plaatse op de hoogte gesteld van de gebreken en bood een alternatief verblijf aan. De zorgaanbieder is daarop een rechtszaak gestart omdat deze zich ernstig in zijn belang voelde getroffen. Het gerechtshof oordeelde dat de gemeente onbevoegd een ontruiming heeft georganiseerd. De gemeente werd daarmee in haar ongelijk gesteld omdat deze, volgens de “handreiking VNG voor inrichting in het Wmo toezicht”, te extreme maatregelen zou hebben genomen[1]. Door het ingrijpen van de gemeente werd de aanbieder zowel financieel als zakelijk benadeeld.

 

Hoe te opereren bij het handhaven van de zorg bij een PGB aanbieder

In het geval van het vermoeden van een gebrek aan kwaliteit moeten gemeenten de volgende stappen doorlopen:

  1. Bij een vermoeden van gebrek aan kwaliteit neemt de gemeente contact op met de aanbieder.
  2. Vervolgens wordt aan de aanbieder gevraagd om een verbeterplan op te stellen.
  3. Ten slotte vindt na de implementatie van het verbeterplan na een ‘bepaalde periode’ een controle plaats waarbij vervolgens wel of geen sanctie wordt opgelegd.

In het geval van deze casus vond het eerste contact met de aanbieder slechts een aantal dagen voor de ontruiming plaats. De aanbieder heeft geen kans gehad om een verbeterplan op te stellen en ook geen kans gehad om ter plaatse verbeteringen in te voeren. Voorlopig kan een gemeente in de handhaving van kwaliteit enkel verbeterplannen opstellen, deze controleren en vervolgens sancties opleggen als het verbeterplan niet het gewenste effect heeft. Tenzij er sprake is van een aanzienlijke noodsituatie.

[1] “De gemeente mag slechts in een uiterst onhoudbare situatie het pand ontruimen. Dat betekent dat alleen indien sprake was van een onhoudbare situatie, waarin de cliënten van onmiddellijk en groot gevaar liepen en/of de veiligheid van de cliënten acuut in het geding was en de veiligheid van de cliënten niet op een minder vergaande wijze gewaarborgd kon worden, het de gemeente vrij stond om de panden te ontruimen”.
[i] Optreden door gemeenten tegen PGB-aanbieders vergt behoedzaam opereren! Zorg & Sociaalweb. Sociaalweb – Optreden door gemeenten tegen PGB-aanbieders vergt behoedzaam opereren!. Mei 2021.
[ii] ECLI:NL:GHARL:2021:4410. De Rechtspraak. ECLI:NL:GHARL:2021:4410, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 200.268.591/01 (rechtspraak.nl)

 

Waken bij de toegangspoort

De handhaving van de kwaliteit van de zorg via een Pgb is de verantwoordelijkheid van de gemeente (lid C artikel 2.3.6. Wmo). Vaak wordt de GGD ingeschakeld om toezicht te houdeniv.  Hierbij wordt volgens de “Handreiking naleving van de Wmo 2015 en Jeugdwet[i]” het motto “voorkomen is beter dan genezen” als een wijze raad meegegeven. Gemeenten moeten hierbij het dilemma afwegen of ze geloven in de redzaamheid en verantwoordelijkheid van de burger of dat ze de gestelde kwaliteitseisen vanuit het Rijk (veilige, doeltreffende en cliëntgerichte zorg (bijlage 1) willen garanderen.

Gemeenten die vrijheid aan de burger willen geven stellen weinig eisen aan de cliënt en aanbieder[ii]. Ze vertrouwen erop dat de budgetbeheerder in staat is om de kwaliteit te handhaven. Deze kwaliteit dient wettelijk verplicht periodiek te worden getoetst door de gemeente. Het nadeel is dat de gemeente, bij onvoldoende kwaliteit van de zorg, niet direct kan ingrijpen tenzij het gaat om een noodsituatie. De overeenkomst tussen burger en zorgaanbieder is dan immers al afgesloten.

Gemeenten die de kwaliteit in een grotere mate willen hanteren worden vanuit de VNG aangeraden om duidelijke regels aan de cliënt en Pgb aanbieder te stellen om problemen rondom kwaliteit op latere momenten zoveel mogelijk te voorkomen[iii]. Dit kunnen gemeenten het meest efficiënt invoeren door voorwaarden te stellen bij het aanvraagmoment. Hierbij kunnen gemeenten kiezen uit onder andere de volgende opties: [iv]

  • Op het moment dat een burger de benodigde zorg wenst te bekostigen dient deze een door de gemeente verstrekt aanvraagformulier in te vullen. De gemeente mag hierbij verschillende aanvraagvormen en extra voorwaarden hanteren (ook meerdere):
    • Optie om de aanvrager te verplichten tot het invullen van een zorg/pgb plan, Budgetplan, verplichte of vrijwillige Pgb-test per saldo.
    • Optie om de aanvrager te verplichten om te beargumenteren waarom het aanbod uit Zorg in Natura niet voldoet voor de benodigde zorg van de aanvrager.
  • Om de kwaliteitseisen te garanderen kunnen gemeentes zich berusten op de volgende opties:
    • Het overnemen van de passages in de modelverordening van de VNG[1].
    • Het overnemen van landelijke kwaliteitscriteria voor minimale zorg en opleidingsniveau van Zorg in Natura op Pgb[v].
    • Het uitsluiten van zeer kwetsbare burgers voor Pgb op basis van het bieden van bescherming voor Pgb onbekwame burgers.

 

[1] “Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door:

  1. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt
  2. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg
  3. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard” Deze eisen en eventuele aanvullende eisen van gemeenten gelden voor aanbieders van maatwerkvoorzieningen in het algemeen.

 

[i] Handreiking handhaving en naleving Wmo 2015 en Jeugdwet. VNG 2015.
[ii] Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2020) Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2020) (overheid.nl)
[iii] Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2021. Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning 2021 (s-hertogenbosch.nl)
[iv]  Onderzoek weigeringsgronden PGB in de WMO 2015 en Jeugdwet. Zorgmarktadvies.
[v] Handreiking PGB Beschermd wonen. VNG. PGB-beschermd-wonen_20171129.pdf (vng.nl)

 

Conclusie:

Uiteindelijk dient elke gemeente zelf de beslissing te maken in welke mate ze geloven in de (zelf)redzaamheid van de burger of de kwaliteit van zorg willen garanderen. Gemeenten hebben tot zekere hoogte de middelen om voorwaarden te stellen aan de overeenkomst tussen de cliënt en de Pgb-aanbieder voordat de overeenkomst wordt afgesloten. Op het moment dat de overeenkomst is afgesloten blijkt, uit de jurisprudentie, dat de gemeente bij signalen slechts bevoegd is om contact te zoeken met de aanbieder om een verbeterplan op te stellen en deze vervolgens te controleren. Aangezien er een behoorlijke periode tot het implementeren van het verbeterplan en de controle dient te zijn is het verstandiger om te voorkomen dat een ondermaatse aanbieder de kans krijgt om zorg te bieden. Het secuur formuleren van beleidsregels Wmo voorkomt problemen en onduidelijkheden. De komende jaren zal uit de jurisprudentie moeten blijken wat precies is toegestaan om de kwaliteit te handhaven. Bij het ontwikkelen van beleid dienen gemeenten in ieder geval rekening te houden met het feit dat zorg uit Pgb een keuzevrijheid is voor de burger. Het is aan de gemeenten om te waken bij de toegangspoorten, maar tegelijkertijd niet de mogelijkheid tot zorg uit Pgb dicht te timmeren.

Wilt u een passend advies bij de Pgb visie van uw gemeente? Mail dan voor meer informatie naar info@vandamoosterbaan.nl of bel naar 085 – 112 4371.

 

Bijlage 1: Wettelijke kaders Pgb binnen Jeugdwet 8.1.1 en Wmo 2.3.6.

Wmo 2015, Artikel 2.3.6

Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien:

A.              De cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;

B.               De cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen;

C.               Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder c, weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

Deel via
Share on facebook
Share on linkedin
Share on twitter
Share on email

Kan jij onze online misdaad game oplossen?

Er is een misdaad gepleegd. Vannacht op de Erasmusbrug. Geen enkel spoor van de dader. Ben jij in staat om op basis van deze data deze misdaad op te lossen?