Deel dit artikel

Sociaal wijkteam: kostenpost of wondermiddel?

Begin dit jaar publiceerde het CPB het rapport “De wijkteambenadering nader bekeken”. Uit dit rapport blijkt dat in de meeste gemeenten het aantal doorverwijzingen naar professionele zorg over de periode 2015-2017 is toegenomen, met name bij gemeenten met wijkteams. Conclusie: wijkteams leiden niet tot minder, maar tot meer dure zorg. Maar wat zegt dit eigenlijk?

Sinds 2015 zijn gemeenten breed verantwoordelijk voor de ondersteuning van hun inwoners. Om deze ondersteuning te kunnen bieden en in goede banen te leiden, zijn in veel gemeenten sociale wijkteams opgericht. Sociale wijkteams, soms bekend onder een andere benaming, bestaan uit professionals die samen tot een integrale oplossing komen voor de hulpvrager. Per gemeente verschilt de samenstelling van het team, het takenpakket (eenvoudige vs. complexe problematiek) en de gewenste input, output en outcome. Uitgangspunt is doorgaans wel dat preventie en vroegsignalering centraal staan, dat hulp lokaal geregeld is en dat het eigen netwerk zo veel mogelijk wordt gemobiliseerd.

Lange tijd werd gedacht dat de inzet van wijkteams zou resulteren in betere zorg én een minder grote doorstroom naar tweedelijnszorg. Zoals bij velen al bekend, lijkt dit laatste niet op te gaan. Er is sinds 2015 een stijging in doorverwijzingen naar tweedelijnszorg zichtbaar, in het bijzonder bij gemeenten met wijkteams. Dit is helemaal het geval wanneer het team (deels) bestaat uit individuen die ook werkzaam zijn binnen de tweedelijnszorg. Ambtenaren zijn zich doorgaans bewuster van zorgkosten en wegen dit zwaarder mee in een besluit. Bovendien zijn zorgprofessionals inhoudelijk bekender met de tweedelijnszorg, en zullen hier vaker een oplossing in zien.

Zorgbehoefte versus financiën

Hoewel het gestegen aantal doorverwijzingen naar relatief dure zorg voor gemeenten financieel gezien onwenselijk is, wijst dit er wel op dat de sociale wijkteams mensen met een hulpvraag steeds beter weten te bereiken, en andersom. Dit vormt een dilemma voor veel gemeenten. Want wat is wenselijk en wat is doorslaggevend? Als aanbeveling oppert het CPB-rapport onder meer dat gemeenten een splitsing aan kunnen brengen tussen complexe dossiers en eenvoudige dossiers, waarbij de wijkteams zich focussen op de complexe problematiek en het gemeentelijk loket zich richt op eenvoudige problematiek. Dit zou schelen in werkdruk voor de wijkteams en zou vermoedelijk eenvoudige hulpvragen goedkoper maken.

Monitoring

Maar voordat gemeenten dergelijke maatregelen nemen voor de doorontwikkeling van hun teams, zouden zij inzicht moeten krijgen op wat er daadwerkelijk speelt. De stijging in doorverwijzingen is een algemene trend, wat niet wil zeggen dat dit voor alle gemeenten met wijkteams (even sterk) geldt. Monitoring is dus essentieel. Want hoe zit het met de output en outcome van sociale wijkteams? En waar komen de doorverwijzingen eigenlijk vandaan? Opereren de verschillende teams wel in gelijksoortige wijken? En is er wel voldoende tijd voor het ontwikkelen van preventieve interventies, of schiet dit er door een te hoge caseload bij in? Kortom: data creëert informatie, en dat creëert sturingsmogelijkheden. Beter voor de gemeente, en beter voor de cliënt.

Voor meer informatie, neem contact met mij op via 06 188 272 62 of mail mij via dymph@vandamoosterbaan.nl