Deel dit artikel

Werken voor Van Dam & Oosterbaan vanuit Ecuador – Deel 2

Begin februari vertrok ik voor drie maanden naar Ecuador om een droom na te jagen: het combineren van werk en rondreizen in buitenland. In de vorige blog beschreef ik de ervaring van het werken op afstand vanuit Quito. Dit werken op afstand besloeg de eerste twee maanden van het avontuur. Vanuit mijn appartement in Quito vlak naast Parque La Carolina, werkte ik van maandag tot en met woensdag voor Van Dam & Oosterbaan. De donderdagen en vrijdagen vulde ik met Spaanse lessen aan de Andean Global Studies taalschool. Vrijdags na school was het tijd om het land te verkennen en maakte ik verschillende uitstapjes naar de Cotopaxi vulkaan, de “cloud forest” in Mindo, het strand van Tonsupa en de bergen van Baños. Na twee maanden werken zou de grote reis door het hele land pas echt beginnen. Helaas werd gauw duidelijk dat ik deze reis op mijn buik kon schrijven toen ook in Ecuador het Coronavirus om zich heen greep.

In tegenstelling tot Nederland ging in Ecuador direct het hele land op slot. In eerste instantie werd er een avondklok ingesteld en mochten we alleen naar buiten voor boodschappen of medicijnen. Winkels en uitgaansgelegenheden werden gesloten en het openbare leven kwam stil te liggen. Niet-noodzakelijke reizen werden verboden net als het vervoer tussen de verschillende provincies van het land. In deze eerste weken was ik nog positief gestemd en in de veronderstelling dat na een paar weken van lockdown het reisverbod vast opgeheven zou worden. Toen na verloop van tijd de regels werden aangescherpt werd langzaam duidelijk dat de crisis groter was dan ik aanvankelijk dacht en dat deze lockdown wel eens erg lang kon gaan duren. Eerst werd het dragen van mondkapjes en handschoentjes verplicht. Vervolgens werd de avondklok vervroegd naar twee uur ’s middags. Vanaf dat moment mocht niemand meer de straat op en patrouilleerde de politie door de buurt. Overvliegende helikopters met luidsprekers verzochten mensen dringend om binnen te blijven. Het was duidelijk dat de situatie ernstig was en eventuele uitstapjes in de komende weken onmogelijk waren.

We moesten binnen blijven. Voor hoe lang dat zou duren was totaal niet duidelijk. Elke dag liep het aantal besmettingen op en werd de sfeer iets grimmiger. Ten tijde van crisis worden de verschillen tussen een Zuid-Amerikaans land als Ecuador en een West-Europees land als Nederland extra duidelijk. Waar de Nederlandse overheid in rap tempo de ic-capaciteit opschroefde en met een strategie op de proppen kwam om de besmettingscurve af te buigen, werd in Ecuador pijnlijk duidelijk dat de gezondheidszorg vanaf het eerste moment zwaar overbelast was. In Guayaquil, de grootste en tevens zwaarst getroffen stad van Ecuador leidde dit tot schrikwekkende taferelen. Mensen konden niet terecht in het ziekenhuis en kwamen thuis te overlijden. Door een tekort aan medisch personeel en materiaal konden zelfs de overledenen niet meer opgehaald worden en werden de lijken noodgedwongen op straat gelegd. Alhoewel deze taferelen gelukkig niet aan de orde waren in Quito werd ons erg duidelijk dat dit niet een land was waar wij ziek wilden worden. Deze angst was ook goed voelbaar bij de rest van de bewoners van de stad die zich goed aan de strenge regels hielden. In de lokale supermarkt werden elke week nieuwe maatregelen getroffen: tot drie keer toe voor het binnenkomen de latex handschoenen ontsmetten met desinfecterende gel, tot twee keer toe het meten van de lichaamstemperatuur voor en na het binnenstappen van de winkel, het ontsmetten van winkelwagentjes met alcohol en een douche van desinfecterende spray. Het vervroegen van de avondklok zorgde voor lange rijen voor de supermarkt waar iedereen maar een paar uur per dag de tijd had om zijn boodschappen in te slaan.
Van de echte ellende in het land hebben wij gelukkig niets hoeven meemaken. We waren gezegend met een mooi appartement in een goed deel van Quito en beschikten over de middelen om onszelf hele dagen veilig binnen op te sluiten. In andere delen van de stad waar de mensen van enkele dollars per dag moeten rondkomen was dit een luxe die men zich niet kon veroorloven. Hier gingen mensen nog steeds de straat op omdat de kans op sterven van de honger groter was dan die van het sterven door het virus. Die wetenschap relativeerde de onzekerheid en ellende die wij zelf ervoeren op ons appartementje. Binnen twee weken was de verveling toegeslagen toen we Netflix hadden uitgespeeld en alle meegebrachte boeken hadden uitgelezen. Gelukkig was er een dakterras boven op het appartementencomplex waar we konden uitwaaien en aan onze dagelijkse lichaamsbeweging konden komen. Alhoewel ik eigenlijk vakantie zou hebben kon ik doorwerken voor Van Dam & Oosterbaan en bood mijn taalschool nu de mogelijkheid aan om online lessen te volgen via Skype. Zo vulden we onze dagen met vrij weinig in afwachting van de terugreis. Na ruim drie weken in lockdown kreeg ik te horen dat mijn KLM vlucht terug naar Nederland was gecanceld. Nu konden we niets anders meer dan wachten op hulp van de Nederlandse overheid bij repatriëring. Maar daarover meer in de volgende blog