Deel dit artikel

Werken voor Van Dam & Oosterbaan vanuit Ecuador – Deel 3

Terug naar huis 

In februari vertrok ik voor drie maanden naar Ecuador om vanuit daar te werken voor Van Dam & Oosterbaan en een rondreis te maken door dit prachtige land. In de vorig blog beschreef ik hoe het Coronavirus roet door het eten gooide en mijn vriendin en ik vast kwamen te zitten in een land dat in lockdown ging. Na twee maanden in Quito te hebben gewoond ging het land op slot en werden er strenge vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd. Waar ik in eerste instantie positief gestemd was over de situatie en het gevoel had dat deze snel zou verbeteren, kwam ik er binnen enkele weken achter dat dit niet erg waarschijnlijk was. Mijn relatief veilige onderkomen en vijf weken later geplande terugvlucht, maakten dat ik in eerste instantie wilde afwachten hoe de situatie zich zou ontwikkelen. Tegen de tijd dat duidelijk echt duidelijk werd dat het terugkeren naar huis de meest verstandige keuze was, bleek dit geen eenvoudige opgave te zijn. Al het normale vliegverkeer was geschrapt en mijn vlucht van eind april was gecanceld. Via het ministerie van Buitenlandse Zaken had ik mij aangemeld voor repatriëring en vanaf dat moment konden we alleen maar afwachten of er een vliegtuig gestuurd zou worden.   

Al wachtende kropen de weken voorbij en kwam er geen bericht over repatriëring. Ondertussen stonden we in contact met het Nederlandse consulaat in Quito dat druk bezig was om alle gestrande Nederlanders in Ecuador in kaart te brengen. Wekelijks stuurden zij e-mails over eventuele mogelijkheden om met andere Europese repatriëringsvluchten mee te gaan. Hiervoor werden we tevergeefs op wachtlijsten gezet. Als we al bericht kregen dan was het dat de vluchten volledig vol waren geboekt. Toen ik na vijf weken afwachten zelf contact zocht met de Nederlandse overheid begon de moed steeds dieper in mijn schoenen te zinken. Het bleek niet eenvoudig om aan goede informatie te komen en ik werd van het kastje naar de muur gestuurd. Vier telefoontjes met Buitenlandse Zaken en het Nederlandse Consulaat in Quito later, kreeg ik min of meer te horen dat er nog te weinig gestrande reizigers over waren om een vliegtuig te sturen. We moesten maar wachten tot meer Nederlanders zich zouden aanmelden via een website die inmiddels al gesloten was.  

Ondanks dat we in een fijn appartement zaten en geen directe dreiging van het virus ervaarden, maakte deze onzekerheid over het terugkeren naar Nederland de opsluiting in Quito mentaal uitdagend. We zaten gevangen in een gouden kooitje. De ellende elders in het land maakte dat wij ons enerzijds gelukkig prijsden met ons veilige onderkomen en anderzijds bezorgd waren over hoe de situatie zich zou ontwikkelen. Toen we op een vrijdagavond de teleurstelling van de afwijzing voor een Zwitserse repatriëringsvlucht aan het verdrinken waren kregen we plotseling een e-mail binnen. Er zou een Belgische vlucht langs Peru en Ecuador gaan waar 14 plaatsen voor Nederlanders over waren. Binnen 10 minuten na ontvangst van het mailtje hadden we ons aangemeld en op zondagmiddag kregen we het verlossende bericht dat we mee konden op de vlucht van dinsdag. De volgende ochtend zaten we om half 6 in een bus naar Guayaquil vanaf waar het vliegtuig zou vertrekken. Na een busreis van 11 uur en een overnachting in een hotel naast het vliegveld konden we dan eindelijk aan boord van het vliegtuig naar Brussel. Op woensdagavond kwamen we na drie lange reisdagen in goede gezondheid thuis aan.  

Sinds ik terug ben in Nederland tel ik elke dag mijn zegeningen als ik de deur uit loop voor een boodschap of mijn dagelijkse wandelingen langs de Waal. Wanneer ik mensen hoor klagen over het ongemak van de intelligente lockdown of over gecancelde zomerplannen denk ik aan Ecuador. Je moest eens weten…